Praktische gespreksvoering

2.5.1 Indeling van het verslag

- Inleiding

- Letterlijke weergave van het verslag

- Commentaar

- Nabeschouwing

 

 

Inleiding

Het verslag begint met de inleiding die je vóór het gesprek hebt geschreven.

  • Wat is de aanleiding voor het gesprek en wat weet je vooraf van de ander?
  • Wat is in jouw woorden de doelstelling?
  • Wat zijn je sterke en zwakke kanten in het voeren van een gesprek?
  • Wat ging goed en wat kon beter bij vorige opdrachten?Wat was daarna je leerdoel? Is dat nog steeds je leerdoel? Zo niet, formuleer dan je leerdoel voor deze opdracht.

 

Letterlijke weergave van het gesprek

Je typt gedeelten van het gesprek letterlijk uit.

  • De start van het gesprek (ongeveer 1 blz.).
  • Het gedeelte waar jij concretiseert (als dat voorkomt).
  • De kern van wat de ander wil vertellen en het doel dat hij zichzelf stelt.
  • De stappen die de ander gaat zetten.
  • De slotsamenvatting.
  • De slotvraag waar jij vraagt hoe de ander terugkijkt op jouw manier van gesprek voeren.

Als bovenstaande gedeelten niet op elkaar aansluiten, dan geef je tussen elk fragment in één of twee zinnen een korte samenvatting. Geef ook het aantal minuten aan en eventueel de tellerstand. Je komt uit op minimaal vier kantjes letterlijke tekst. Monologen van de ander die langer zijn dan vier regels vat je samen.
Je vermeldt dan alleen de eerste en de laatste zin letterlijk en je vat het tussenstuk kort samen.

Telkens als jij als iter aan het woord bent, nummer je je inbreng: je voorletter met steeds een nummer. De reactie van itee heeft altijd hetzelfde nummer als het voorafgaande nummer van de iter.

Omdat het een gesprek is waar persoonlijke punten aan de orde kunnen komen is het van belang dat je verslag niet de naam bevat van de geïnterviewde. Gebruik alleen de voornaam of de initialen.

 

Commentaar

Als je de tekst letterlijk hebt uitgeschreven, geef je commentaar op het gesprek, vooral op jouw inbreng. Schrijf alles zo uit dat de letterlijke tekst en het commentaar naast elkaar staan. In 2.3.5 staat een voorbeeld van hoe je de pagina's van het verslag kunt indelen. Je noteert met vermelding van het nummer van de inbreng van iter steeds de volgende punten:

  • De score volgens het categorieënsysteem van Neuteboom. Als het een E-in- of E-ex-vraag betreft, geef je ook aan of het een open of gesloten vraag is.
  • Wat je aan jouw reactie goed vond en wat niet goed.
  • Als je jouw reactie niet zo goed vond, geef je letterlijk weer wat je beter had kunnen zeggen.

 

Nabeschouwing

In de nabeschouwing geef je weer hoe je terugkijkt op het probleemverhelderend gesprek.

  • Wat ging goed en wat kon beter in dit gesprek en komt dat overeen met je sterke en zwakke kanten in het voeren van een gesprek?
  • Wat heb je van je leerdoel bereikt en wat niet? Wat neem je als leerdoel mee voor het leren van gesprekken?
  • Noteer vragen of opmerkingen.

Tel van de pagina's die je letterlijk hebt uitgetypt de scores volgens het systeem van Neuteboom. Zet die in onderstaand schema. Bij de E-in- en E-ex-vragen geef je ook de totalen van de open en gesloten vragen. Trek jouw conclusies uit de gegevens van deze tabel. Wat zeggen deze aantallen over de manier waarop jij dit gesprek hebt gevoerd?

 

Categorie Aantal Open Gesloten
E-in      
E-ex      

Categorie Aantal
O  
H  
I  
V of VO  
WA  
T  

 

Als je concretiseert volgens de HSF-methode, dan tel je de E-in- en E-ex-vragen apart op. Het schema ziet er dan zo uit:

 

Categorie Aantal Open Gesloten
E-in buiten het concretiseren      
E-ex buiten het concretiseren      
E-in bij het concretiseren      
E-ex bij het concretiseren      
Categorie Aantal
O  
H  
I  
V of VO  
WA  
T  

 

Als er een beoordeling gegeven wordt, stel ik voor dat het gesprek tweemaal meetelt, en het commentaar eenmaal. De som wordt gedeeld door drie.