Praktische gespreksvoering

2.5 Probleemverhelderend gesprek

Deze opdracht is een uitvoerige versie van oefening 6 van 5.16. uit het boek. Houd een probleemverhelderend gesprek met iemand van wie je vermoedt dat hij wil praten over een onderwerp waar hij ontevreden over is. Het mag ook een 'echte cliënt' van je zijn. Maak een opname van het gesprek. Leg uit dat het de bedoeling is dat jij een verslag maakt en dat enkele anderen de opname kunnen beluisteren. Hiervoor vraag je vooraf toestemming.

 

Begin van het gesprek

Jij vraagt de ander waar hij over wil praten. Deze vraag levert meestal een antwoord op. Geeft hij niet een duidelijk onderwerp aan, dan vraag je waarover hij tevreden en ontevreden is in zijn leven. Het gesprek kan dus eerst gedeeltelijk gaan over zaken waar de ander tevreden over is. De doelstelling van het gesprek is echter dat de ander vertelt over zijn onvrede over een bepaald onderwerp. Als dat laatste niet vanzelf genoemd wordt, dan vraag je ernaar. Van belang in deze fase is het doorvragen, het actief luisteren en het samenvatten.

 

Concretiseren

Een onderdeel van het gesprek kan zijn dat jij probeert om het gedrag te laten beschrijven in een concreet voorbeeld over iets waar de ander ontevreden over is. Gebruik de manier die beschreven staat in 5.9. van het boek.

 

Zoeken van de kern

De ander formuleert, eventueel met jouw hulp, wat de kern is van wat hij wil vertellen. Hij formuleert, eventueel met jouw hulp, het doel dat hij zichzelf stelt. Het wordt geformuleerd in

een samenvatting van de ander of in een samenvatting van jou die door de ander wordt bevestigd.

 

Stappen

Je vraagt welke stappen de ander wil zetten om iets aan zijn situatie te doen. Laat de ander komen tot een soort afspraak met zichzelf. Misschien kom je niet tot deze fasering in stappen, omdat de ander daar nog niet aan toe is. Natuurlijk kun jij daarop niet worden aangesproken. Jij bent alleen verantwoordelijk voor wat jij doet of niet doet in het gesprek.

 

Slotsamenvatting

Op het eind geef je een slotsamenvatting. Je geeft kort de grote lijn van het gesprek: de doelstelling, het onderwerp, de stappen en de afspraken.

 

Slotvraag

Aan het eind van het gesprek vraag je hoe de geïnterviewde vond dat jij het gesprek voerde. Vraag door tot je een duidelijk en volledig antwoord hebt en vat dat ook samen. Je maakt een verslag van het gesprek. Zet op het verslag je naam, de datum en 'probleemverhelderend gesprek'. Als je deze opdracht doet in het kader van een opleiding, noteer dan ook de naam van de opleiding, de plaats, student- en groepsnummer en de naam van de docent.

 

Hou in het verslag onderstaande indeling aan. Vermeld hoeveel minuten het gesprek bij benadering heeft geduurd en hoeveel minuten van het gesprek je hebt uitgetypt.