
Praktische gespreksvoering |
Deze opdracht is een uitvoerige versie van oefening 4 van 4.9. uit het boek. Houd een attitude-interview met iemand die een baan heeft en die je niet al te goed kent (een gesprek met een bekende kan moeilijker zijn). Ook is het mogelijk om een andere activiteit te nemen: een hobby, een vakantie of een zorgtaak. Kies wel een bezigheid van de ander. Een gesprek over wat iemand vindt van een thema uit politiek, godsdienst of amusement, is soms moeilijker en levert dus minder leereffect op.
Je wilt te weten komen wat de ander van zijn werk vindt. Een mogelijkheid is dat je begint met te vragen wat hij doet, maar dat blijft dus maar een ondergeschikt onderdeel van het gesprek. Kondig altijd bij de beginzin van het gesprek het hoofddoel aan. Er zijn twee manieren om het gesprek te openen. Kies uit:
Je gaat als volgt te werk: